BIJ OME WILLEM OP DE THEE, JOEPIE DE POEPIE (31 MAART 1980)

"Met Edwin Rutten. Ja. Jaja. Nee... Ome Willem is mijn broer, laten we zeggen. De veertiende ? Ja, hoor, dat kan nog. Staat genoteerd !"

Ome Willem zakt weer weg in zijn luie stoel en ratelt door over zijn leven als de populairste kindervriend van Nederland en misschien ook wel van Vlaanderen. Hij is bijna zo bekend als Sinterklaas, maar die heeft dan ook geen twee tv-uitzendingen per maand en honderdzeventig theatervoorstellingen per jaar.

-En lusten jullie een broodje poep?- "Bààààààhhh, Ome Willem". Uit zestig kinderkeeltjes tegelijk stijgt de afkeuring op over dat vieze woord van Ome Willem waar ze al de hele middag op hebben zitten wachten. Ze hebben er ook heel wat voor over gehad om hun held in levenden lijve te aanschouwen. Een uur op de bus, dan dat grote vreemde gebouw en al die onbekende mensen. Maar zo gauw de eerste onwennigheid met een flesje limonade was geblust, begon het feest. Eerst een hoedje uitkiezen uit een grote doos, en je dan laten schminken naar je eigen aanwijzingen : een clown, een prinses, een kat.... En dan kwam het grote intense moment met Teuntje, Toon en August, met het orkestje de Geitenbreiers, met Jan Klaassen en Katrijn in de poppenkast en natuurlijk met Ome Willem zelf.

Bij Ome Willem thuis. Een stokoude rietdekker is een dak aan het herstellen dat zijn vader nog gelegd heeft. Binnen in de schitterend gerestaureerde hoeve in Maartensdijk heeft zijn vrouw het gezellig gemaakt. Kaarsen alom. Een kopje thee. Ome Willem : "In januari 1974 zijn we met "De film van Ome Willem" begonnen. En een paar weken terug hebben we de honderdste uitzending gevierd. In die zes jaar heeft ons programma nog niet aan populariteit ingeboet. Dus gaan we er nog een tijdje mee door".

"In het begin was het alleen maar televisie. Maar steeds meer begon men te vragen of Ome Willem niet eens in levenden lijve kon overkomen en zo zijn dan onze theatervoorstellingen gegroeid. Prachtig, hoor, dat contact met die kinderen. Zo'n honderdzeventig keer per jaar trekken we het land in. Dan zie je die kinderen van alle kanten opdagen, hoedje op en geschilderd met moeders lippenstift. Staan ze daar netjes in de rij met moeder, of met oma en opa".

"Dat vind ik zo belangrijk dat die erbij zijn. Dan vertel ik op de scène waarom ik oma's zo belangrijk vind. Want bij wie ga je logeren als pappa en mamma er even tussenuit willen ? Bij oma natuurlijk ! Of dan zie je daar zo'n opa zitten met zijn drie kleinkinderen. Dat ontroert me. Dan geef ik zo'n man een petje. Grootouders zijn zo belangrijk voor de kinderen. Ach, niet dat ik aan zendingswerk wil gaan doen of wil gaan betuttelen. Maar dat mag weleens gezegd worden".

Buik

"Na afloop van de voostelling ben ik ook altijd als laatste in de hal van het theater. Ieder kind die me wat te zeggen heeft moet daar de kans toe krijgen. Een kind wil zijn splinternieuwe schoenen aan Ome Willem laten zien. Met dat in zijn hoofd is hij naar het theater gekomen. Als hij daar nu niet de kans toe krijgt is voor zo'n kind zijn middag bedorven. Daarom is dat halfuurtje in de hal voor mij ook het belangrijkste van de voostelling". "Een andere keer komt er een jongetje naar me met zijn moeder die hoogzwanger is. Ik leg mijn oor aan haar buik, roep Joepie..., en zeg : hoor je, hij roept De Poepie. Stuur me maar een kaartje als dat kind geboren is. Dat kreeg ik. Stuur ik zo'n heel klein T-shirtje en een petje van "De film van Ome Willem" op. Kreeg ik onlangs weer een foto van dat kind toen het één jaar was geworden. En zo gaat dat maar door". Stapels post krijgt Ome Willem elke dag. Tekeningen, foto's, moeizaam gekrabbelde briefjes. Het komt allemaal terecht in zijn grote "Joepiedepoepie-album". Samen bladeren we een deel van het wel een meter grote album door. Allemaal netjes opgekleefd. Zowat heel Nederland onder de tien jaar ligt bij hem in de huiskamer.

Onredelijk

Het tv-programma is een grondig geplande aangelegenheid. Soms lijkt het erop alsof het allemaal rustigweg uit de mouw wordt geimproviseerd. Maar dat kan alleen maar omdat het zo tot in de puntjes is voorbereid. Ome Willem : We zijn met drie tekstschrijvers. Het schema is altijd vrij uniform : openingsliedje, een scène, een stukje film, een sololiedje, poppenkast en een slotscène. Zo wordt het gepland, zo wordt het gerepeteerd. Maar natuurlijk gebeurt er altijd wel iets onverwachts en dat is dan ook het leuke van zo'n programma. Het is al gebeurd dat ik maar tot aan het eerste couplet van een liedje kwam. Harry Bannink, die de muziek schrijft, maalt daar niet om. Ongelooflijk hoe zo'n grote meneer op muziekgebied zich zo met hart en ziel inzet voor een kleuterprogramma. Maar zelf zegt hij : "ze mogen me alles afnemen, maar niet "De film van Ome Willem". "Natuurlijk moet je zo'n troep kinderen wel enigszins in de hand houden. Tenslotte maak je een televisieprogramma en niet een programma alleen voor die zestig kinderen in de studio. Je moet dus razendsnel beslissen. En ik merk dat ik daar tegenwoordig iets zenuwachtiger in ben dan weleer. Dat heeft misschien wel te maken met de verantwoordelijkheid om de kwaliteit te houden".

"We zijn niet zo gebrand op een psychologisch-pedagogische aanpak. Je kan er natuurlijk een aantal psychologen aanzetten, maar ik geloof niet dat je op die manier een goed kinderprogramma maakt".

"Wij proberen de realiteit te tonen zoals kinderen die zien. Ome Willem is in deze optiek helemaal niet zo'n ontzettend leuke man. Hij kan net zo aardig zijn als een vader, maar ook net zo vervelend. Hij is vaak onredelijk en inconsequent. En dat herkennen de kinderen, want dat maken ze thuis ook mee. Maar aan de andere kant kan hij ook toegeven als hij iets fout gedaan heeft. En ik weet niet of veel ouders dat dan ook doen".

"Ik verkies deze manier van werken boven het opbouwen van een kinderdroomwereld. Dat klopt niet. De wereld is een en al onredelijkheid. Dat mag in zo'n programma wel eens worden afgespiegeld".

Kielzog

«Natuurlijk krijg ik weleens brieven van ouders. Het zit hen dan dwars dat ik te autoritair ben of dat ik het rollenpatroon met lieve meisjes en sterke jongens in stand hou. Maar wat ze dan weer net niet horen is als ik bijvoorbeeld tegen de kinderen zeg : ik liep vroeger weleens vaker met een rok aan. En toch geloof ik dat daar juist de boodschap in zit. Het is de titel van het boek, maar je moet het presenteren als een voetnoot". "En natuurlijk krijg ik nog altijd brieven over dat woordje «poep». Kan je je dat voorstellen ? Zitten ze eerst de kleuters op te fokken met : Wat heb jij een mooie drol gemaakt in je potje. Kijk nou 's, flinke jongen. Maar als je dan in een kleuterprogramma het woord «poep» in je mond neemt, dan is het opeens vies. Kom nou ! Zolang ze in het televisienieuws veel viezere dingen laten zien, zoals mensen die worden uitgemoord of de hele politieke, koehandel, zolang ga ik er ook mee door". Ome Willem heeft zelf twee kinderen, twee meisjes. Lot is elf jaar, Pipine negen. Tien voor vier komen ze thuis van school, vriendjes en vriendinnetjes in hun kielzog meevoerend. Want Ome Willems huis is een soort zoete inval voor de kinderen van de buurt.

OME WILLEM : "Mijn eigen kinderen zijn nu wel verzoend met mijn rol van Ome Willem. In het begin was het voor hen wel een beetje vervelend. Alle kinderen legden beslag op hun vader". "Eigenlijk verschilt hun vader niet zo erg veel van Ome Willem. Hij kan net zo vervelend en net zo aardig zijn. Maar hij opereert vanuit een warm kloppend hart".

"Zelf hebben mijn kinderen overigens een behoorlijke bijdrage gehad in het programma. Vooral het kinderjargon hebben ze me bijgebracht. Ik nam kreten van ze over, of een klein wonderlijk versje, een uitdrukking, bepaalde spelletjes. Nu ze ouder worden zal ik die hulp meer en meer moeten missen. Maar ik heb me wel voorgenomen eens per week een kleuterschool te bezoeken om er een beetje in te blijven". Behalve kindervriend is Edwin Rutten ook jazz-zanger en jazz-producer bij de radio. Ooit zat hij op school samen met Rogier van Otterloo en nu treedt hij op samen met Lex Jasper. OME WILLEM : "Toch kan je die dingen niet uit elkaar houden. Ik heb ooit een namiddagvoorstelling gegeven als Ome Willem voor de kinderen, wier ouders 's avonds naar een jazz-concert van me kwamen luisteren. En ik werk nu aan de try-outs van een gemengd programma voor volwassenen én kinderen. Een programma zonder oppas, zou het heten, waarbij de kinderen lekker laat op mogen blijven. Daarin brengen we Ome Willem-toestanden afgewisseld met jazz-nummertjes begeleid door een triootje. En ik kan natuurlijk net zo goed een jazznummer zingen met als tekst "Joepie de Poepie". "De mensen uit mijn omgeving zeggen wel eens : dat jij ook nooit eens moe wordt". "Het kost natuurlijk ook mateloos veel energie. Onlangs trad ik op in een kinderziekenhuis. Tien, twaalf zalen na mekaar, telkens voor een paar kinderen. Zonder microfoon, zonder spots, zonder muziek. Maar als je dat niet meer kan verlies je de voeling met de kern. Als je afhankelijk wordt van geluid, van techniek, dan zit je op het verkeerde spoor. Je moet het als het ware in de tuin kunnen, met een oude stoel als podium. Je moet jezelf ook heel bewust terugdrukken naar de basis van de dingen. Anders wordt het gauw eer hol gedoe".

TEKST : WILLY SCHUYESMANS

UIT : T.V. EXPRES***31 MAART 1980